Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het feit zoals dit zowel primair, subsidiair als tweede subsidiair tenlastegelegd is.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 17 december 2013 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel misbruik van zijn dochter in de periode van 2002 tot 2009. De tenlastelegging omvatte onder meer het betasten van de borsten en vagina van het slachtoffer, alsmede verkrachting.
De officier van justitie achtte het primair en subsidiair tenlastegelegde niet bewezen wegens gebrek aan steunbewijs, maar vond het tweede subsidiair tenlastegelegde, aanranding, wel bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer en getuigen. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van het slachtoffer en stelde dat de verklaringen inconsistent en beïnvloed waren.
De rechtbank concludeerde dat de verklaringen van het slachtoffer en getuigen onvoldoende steunbewijs boden en dat niet voldaan werd aan de wettelijke eis dat bewijs niet uitsluitend op één getuige mag berusten. Ook waren er discrepanties tussen getuigenverklaringen die de overtuiging van de rechtbank ondermijnden. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksueel misbruik en aanranding van zijn dochter.