Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 2 maart 2011 hield verdachte, een beveiliger, een jongen aan die verdacht werd van winkeldiefstal. Tijdens de aanhouding werd een nekklem toegepast. Het slachtoffer overleed later aan een massale verslikking met obstructie van de luchtwegen.
De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat niet met zekerheid kon worden vastgesteld of het overlijden het gevolg was van het handelen van verdachte. De verdediging voerde aan dat het causaal verband ontbrak en dat de aanhouding rechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de aanhouding en het gebruik van de nekklem aanvankelijk proportioneel en subsidiar waren, maar dat het voortzetten van de nekklem op een gegeven moment onzorgvuldig was. Echter kon niet worden vastgesteld of dit verwijtbare handelen de dood van het slachtoffer heeft veroorzaakt. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zijn handelen het overlijden heeft veroorzaakt.