ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ3322
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
UGM-uitkering gelijkgesteld met ouderdomspensioen en in mindering op WW-uitkering
Eiser, een voormalig militair met functioneel leeftijdsontslag en een UGM-uitkering, vroeg een WW-uitkering aan. Verweerder weigerde deze uitkering omdat de UGM-uitkering als een oudedagsvoorziening wordt gezien die op de WW-uitkering in mindering moet worden gebracht. Eiser stelde dat hij ten onrechte niet mondeling zijn bezwaren mocht toelichten en dat de UGM-uitkering niet gelijkgesteld mocht worden met een ouderdomspensioen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de hoorplicht niet heeft geschonden, gelet op de telefonische afspraken en communicatie in het dossier. Vervolgens werd het beroep inhoudelijk behandeld. De rechtbank volgde de recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 10 oktober 2012, waarin werd vastgesteld dat de UGM-uitkering een uitkering is die gelijkgesteld moet worden met een ouderdomspensioen en dus op de WW-uitkering in mindering moet worden gebracht.
De rechtbank benadrukte dat de wetgever bij het opstellen van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten geen materiële wijzigingen heeft beoogd die de beoordeling van deze zaak anders zouden maken. Omdat de UGM-uitkering hoger is dan de WW-uitkering, komt de WW-uitkering niet toe. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de UGM-uitkering als oudedagsvoorziening op de WW-uitkering in mindering moet worden gebracht.