ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ3532
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek na bedrijfseconomisch ontslag en geschil over herstel dienstbetrekking
De werkgever heeft op grond van bedrijfseconomische redenen een ontslagvergunning verkregen van het UWV en de arbeidsovereenkomst met de werknemer opgezegd. De werknemer betwist de rechtmatigheid van het ontslag en vordert herstel van de dienstbetrekking in een bodemprocedure, stellende dat het ontslag nietig of kennelijk onredelijk is.
De werkgever heeft vervolgens een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingediend voor het geval het dienstverband niet zou zijn geëindigd. De kantonrechter oordeelt dat de omstandigheden die de werkgever aanvoert, zoals het vervallen van de functie, het ontbreken van herplaatsingsmogelijkheden en de financiële situatie, dezelfde zijn als die waarop het UWV de ontslagvergunning baseerde. Er is geen nieuwe of dringende verandering in omstandigheden die onmiddellijke ontbinding rechtvaardigt.
De kantonrechter benadrukt dat het ontbindingsverzoek niet mag worden gebruikt om de bodemprocedure te omzeilen, waarin de werknemer zijn rechten kan laten toetsen. Gezien het langdurige dienstverband en de slechte arbeidsmarktpositie van de werknemer, zou een ontbinding zonder bodemprocedure onbillijk zijn. Daarom wordt het ontbindingsverzoek afgewezen en wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de werknemer.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek van de werkgever wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de werknemer.