ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ3764
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing ondercuratelestelling wegens onwerkbare situatie en vertrek betrokkene
Betrokkene was sinds december 2011 onder curatele gesteld vanwege ernstige financiële problemen en persoonlijke omstandigheden, waaronder een schuld van circa € 92.000 en ondertoezichtstelling van haar minderjarige kinderen. Curanda verzocht om een nieuwe curator, terwijl de huidige curator om opheffing van de curatele vroeg.
De kantonrechter stelde vast dat betrokkene de uitvoering van de curatele bemoeilijkte door onder meer het meenemen van de inboedel waarop beslag lag en het verlaten van haar woning zonder nieuwe verblijfplaats bekend te maken. Pogingen om een nieuwe curator te benoemen mislukten, mede doordat betrokkene niet meewerkte.
De WWB-uitkering van betrokkene was stopgezet vanwege het aangaan van een gezamenlijke huishouding, waardoor zij geen inkomsten meer had en de schulden opliepen tot bijna € 99.000. De curator kon hierdoor zijn taken niet meer naar behoren uitvoeren en wenste ontslag.
De kantonrechter oordeelde dat de curatele verder zinloos was geworden en hief deze op met ingang van 6 maart 2013. De kosten van publicatie van de opheffing komen voor rekening van de staat. De curator kan eindrekening en verantwoording afleggen aan de kantonrechter, maar er is geen wettelijke mogelijkheid voor vergoeding van extra werkzaamheden.
Uitkomst: De ondercuratelestelling wordt opgeheven omdat betrokkene de uitvoering onmogelijk maakt en vertrokken is zonder bekende verblijfplaats.