ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ4294
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verkrijging erfdienstbaarheid en recht van opstal door verjaring voor gemeentelijke riolering
Eisers vorderden de verwijdering of verplaatsing van een riolering, inspectieput en waterafvoer op hun perceel, stellende dat de gemeente geen recht had deze voorzieningen te plaatsen. De gemeente stelde dat zij sinds 1977 door verjaring een erfdienstbaarheid en recht van opstal had verkregen, omdat zij zich als rechthebbende had gedragen en de erfdienstbaarheid voortdurend en zichtbaar was.
De rechtbank stelde vast dat de riolering en put inderdaad sinds 1977 aanwezig zijn en dat de gemeente een volmacht had van de toenmalige eigenaar om een zakelijk recht te vestigen, maar dat deze akte nooit is opgemaakt en ingeschreven. Hierdoor was geen zakelijk recht ontstaan en kon geen sprake zijn van bezit te goeder trouw. De rechtbank onderzocht vervolgens of de gemeente door bevrijdende verjaring het recht had verkregen. Gelet op de voortdurende en zichtbare aanwezigheid van de riolering en put, ook al waren deze deels aan het oog onttrokken, oordeelde de rechtbank dat de verjaringstermijn was verstreken en de gemeente het recht had verkregen.
De vorderingen van eisers tot verwijdering of verplaatsing werden afgewezen, behalve voor de waterafvoer die niet aan de gemeente toebehoorde. De gemeente werd veroordeeld tot het formaliseren van de erfdienstbaarheid en het recht van opstal. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af en verklaart dat de gemeente door verjaring een erfdienstbaarheid en recht van opstal heeft verkregen.