ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5363
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkering schadefonds geweldsmisdrijven wegens onduidelijke toedracht misdrijf
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven naar aanleiding van een incident op 14 april 2010 waarbij hij naar eigen zeggen slachtoffer werd van een opzettelijk geweldsmisdrijf. Het schadefonds wees de aanvraag af omdat de toedracht van het misdrijf onduidelijk is en er onvoldoende objectieve aanwijzingen zijn dat het geweld opzettelijk tegen eiser is gepleegd.
De rechtbank constateert dat zowel de strafzaak tegen de verdachte als tegen eiser nog lopen en dat het schadefonds zijn besluit baseerde op de tegenstrijdige verklaringen van eiser en de verdachte. Omdat de toedracht onduidelijk is, rust de bewijslast op eiser om aan te tonen dat sprake was van opzet aan de kant van de verdachte. Eiser is hierin niet geslaagd omdat hij alleen zijn eigen verklaring heeft herhaald zonder objectief bewijs zoals getuigenverklaringen.
De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat het schadefonds de verklaring van de verdachte meer geloofwaardig acht dan die van hem. Gezien de beschikbare informatie heeft het schadefonds terecht geconcludeerd dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor een uitkering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een uitkering uit het schadefonds wordt ongegrond verklaard.