ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5683
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Poerink
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopig getuigenverhoor in zaak seksueel misbruik en mishandeling internaat
Verzoeker, die als kind in een internaat verbleef, stelt slachtoffer te zijn van seksueel misbruik en fysiek geweld door een overleden pater, werkgever van verweerder. Na een gegrondverklaring van de klacht over seksueel misbruik door een klachtencommissie en een compensatie van €25.000, wil verzoeker een rechtsvordering instellen voor aanvullende schadevergoeding.
Verweerder betwist de fysieke mishandelingen en voert verjaring aan als reden voor afwijzing van het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor. De rechtbank overweegt dat zij geen discretionaire bevoegdheid heeft en het verzoek moet toewijzen tenzij sprake is van misbruik van procesrecht of geen belang.
De rechtbank oordeelt dat het verjaringsverweer niet zonder meer slaagt en dat nadere waarheidsvinding noodzakelijk is om de toedracht vast te stellen. Daarom wordt het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor toegewezen met benoeming van een rechter-commissaris en het horen van zeven getuigen.
De procedure wordt voortgezet met het getuigenverhoor in het gerechtsgebouw te Breda, waarbij de formaliteiten van artikel 170 Rv Pro in acht worden genomen. Verzoeker en verweerder dienen hun verhinderdagen op te geven en verzoeker moet aan de verplichtingen van artikel 190 lid 1 Rv Pro voldoen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen en zeven getuigen worden gehoord.