Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ6067

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 januari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
81926 / HA ZA 12-3
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 8 huwelijkse voorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot verrekening na verwerping nalatenschap erfgenamen

Eiseres vorderde inzage in vermogensbestanddelen en afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden na het overlijden van haar ex-echtgenoot. Zij stelde dat verrekening achteraf moest plaatsvinden met peildatum 27 april 2008, de datum waarop zij de echtelijke woning verliet.

Tijdens de procedure verwierpen alle erfgenamen van de overledene de nalatenschap, waardoor zij geen erfgenamen meer waren op het moment van het vonnis. De rechtbank oordeelde dat de verwerping terugwerkt tot het moment van het openvallen van de nalatenschap, waardoor de vordering jegens deze partijen moest worden afgewezen.

De rechtbank stelde vast dat het onduidelijk was wie momenteel erfgenaam is en dat de kinderen van de overledene niet verplicht zijn inzage te geven in de nalatenschap. Tevens werd de vordering jegens onbekende erfgenamen afgewezen omdat zij niet correct in de procedure waren betrokken.

Gelet op de procedurele omstandigheden werd besloten dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De vorderingen van eiseres werden derhalve afgewezen.

Uitkomst: De vordering tot verrekening wordt afgewezen omdat alle erfgenamen de nalatenschap hebben verworpen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Zittingsplaats: Middelburg
zaaknummer / rolnummer: 81926 / HA ZA 12-3
Vonnis van 9 januari 2013
in de zaak van
[eiseres] volgens uittreksel GBA genaamd [eiseres],
wonende te Koudekerke, gemeente Veere,
eiseres,
advocaat: mr. V.J.C. Pieters te Goes,
tegen
DE GEZAMENLIJKE ERFGENAMEN VAN DE HEER [naam overledene],
laatstelijk wonende te IJzendijke gemeente Sluis,
gedaagden,
advocaat: voorheen mr. J.G. Hage te Terneuzen, thans mr. R.R.E. Nobus.
1. De procedure
1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis van 29 februari 2012
- het proces-verbaal van comparitie van 19 mei 2012
- de conclusie van repliek
- de akte overleggen productie zijdens eiseres
- de conclusie van dupliek
- de antwoordakte producties zijdens eiseres.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. Eiseres en [overledene]ledene] zijn op [huwelijksdatum] 1996 op huwelijkse voorwaarden gehuwd. Conform artikel 8 van Pro de huwelijkse voorwaarden had gedurende het huwelijk aan het eind van elk kalenderjaar verrekend moeten worden.
2.2. Bij beschikking van deze rechtbank van 11 maart 2009 is de echtscheiding in het tussen eiseres en [overledene] gesloten huwelijk uitgesproken, welke beschikking op 1 juli 2009 is ingeschreven in de betrokken registers van de burgerlijke stand. Bij deze beschikking heeft de rechtbank partijen bevolen over te gaan tot verdeling van de tussen partijen ontstane gemeenschap van goederen alsmede tot de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. Dit heeft tot op heden niet plaatsgevonden.
2.3. [overledene] is op 18 maart 2011 overleden.
2.4. Op het moment van dagvaarden waren de erfgenamen van [overledene] (hierna te noemen: erflater) [erfgenaam 1], enig dochter van erflater, en [erfgenaam 2], enig zoon van erflater. Zij hebben vervolgens tijdens de onderhavige procedure de nalatenschap van erflater verworpen. Hierdoor zijn erfgenamen geworden de minderjarige kinderen van [erfgenaam 1] voornoemd, [erfgenaam 3] en [erfgenaam 4]. Zij zijn in deze procedure verschenen in hun hoedanigheid van erfgenamen, vertegenwoordigd door hun moeder [erfgenaam 1]. In de loop van de procedure hebben deze erfgenamen de nalatenschap eveneens verworpen.
3. Het geschil
3.1. Eiseres vordert, na vermindering van eis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van gedaagden tot het geven van inzage in alle vermogensbestanddelen die bestonden op 27 april 2008. Voorts vordert zij veroordeling van gedaagden om binnen 14 dagen na het in dezen te wijzen vonnis over te gaan tot afwikkeling conform artikel 8 van Pro de huwelijkse voorwaarden, waarbij gedaagden worden veroordeeld:
- de helft van de saldi van de bankrekeningen aan eiseres te voldoen;
- de helft van de waarde van de auto, zo nodig vast te stellen door een deskundige, aan eiseres te voldoen;
- een bedrag ad € 5.000,-- aan eiseres te voldoen ter zake de bij [overledene]/de erven [overledene] verbleven inboedelgoederen en een bedrag ad € 5.000,-- terzake de lijfsieraden achtergebleven bij [overledene]./de erven [overledene];
- hun medewerking te verlenen aan wijziging van de begunstiging en subsidiair dat de waarde van de polissen bij Aegon wordt verdeeld tussen partijen,
met veroordeling van gedaagden in de proceskosten.
3.2. Eiseres stelt hiertoe dat nu geen verrekening conform de huwelijkse voorwaarden heeft plaatsgevonden, de gehele waarde van de vermogensbestanddelen wordt vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden en dient verrekening achteraf plaats te vinden. Als peildatum waarop de samenstelling en de omvang van het te verrekenen vermogen wordt bepaald, hanteert eiseres 27 april 2008, de datum waarop zij de echtelijke woning heeft verlaten. Tot de boedel behoorden een auto merk Kia, en inboedelgoederen. Voorts vordert zij € 5.000,-- voor haar sieraden die erflater ten tijde van de echtscheiding heeft achtergehouden. Gedaagden dienen afschriften van alle bankrekeningen in het geding te brengen zodat het saldo per 27 april 2008 kan worden vastgesteld. Voorts waren er polissen bij Aegon waarvan erflater heeft aangegeven dat deze polissen voor de zoon van eiseres zijn. Eiseres meent dat de kinderen van [overledene] al dan niet als vertegenwoordiger van [erfgenaam 3] en [erfgenaam 4], inzage zouden moeten verschaffen en inlichtingen zouden moeten geven over de afwikkeling van de nalatenschap.
3.3. Namens de gezamenlijke erfgenamen van erflater, eerst [erfgenaam 1] en [erfgenaam 2], en vervolgens [erfgenaam 3] en [erfgenaam 4], is primair gesteld dat eiseres in haar vorderingen jegens hen niet ontvankelijk dient te worden verklaard nu zij inmiddels hun hoedanigheid van erfgenaam hebben verloren. Het is onbekend wie thans de hoedanigheid van erfgenaam heeft gekregen. De raadsman treedt in ieder geval niet namens deze onbekende op. Subsidiair is onder meer aangevoerd dat bij gebrek aan wetenschap de juistheid van de peildatum wordt betwist, dat er voor zover hen bekend geen batig saldo was op de bankrekeningen, dat de auto bij leven door erflater is vervreemd, dat de inboedelgoederen kunnen worden afgehaald en dat er niets bekend is ten aanzien van achtergebleven lijfsieraden of polissen bij Aegon.
4. De beoordeling
4.1. Vaststaat dat de in het geding opgekomen erfgenamen, [erfgenaam 1], [erfgenaam 2], [erfgenaam 3] en [erfgenaam 4] in de loop van de procedure de nalatenschap van erflater hebben verworpen. Een gedane keuze tot verwerping is onherroepelijk en werkt terug tot het tijdstip van het openvallen van de nalatenschap. Nu op het moment van dagvaarden [erfgenaam 1] en [erfgenaam 2] wel erfgenamen waren maar thans niet meer, wordt de vordering voor zover gericht tegen hen, afgewezen. Vervolgens zijn erfgenamen geworden [erfgenaam 3] en [erfgenaam 4]. Nu ook zij inmiddels de nalatenschap hebben verworpen wordt ook de vordering jegens hen afwezen.
4.2. Op dit moment staat niet vast wie erfgenaam is van erflater. Anders dan eiseres stelt, zijn de kinderen van erflater niet gehouden inzage te verschaffen en inlichtingen te geven over de afwikkeling van de nalatenschap. Eiseres kan de rechtbank verzoeken een vereffenaar te benoemen.
4.3. Voor zover eiseres bedoeld heeft haar vordering mede in te stellen jegens onbekende erfgenamen, wordt ook deze vordering afgewezen. Deze onbekende erfgenamen zijn dan niet op juiste wijze in deze procedure betrokken. Weliswaar zijn de gezamenlijke erfgenamen van erflater per advertentie in een dagblad opgeroepen, maar op dat moment waren kennelijk de enige erfgenamen [erfgenaam 1] en [erfgenaam 2]. Nu er op het moment van dagvaarden geen sprake was van onbekende erfgenamen, kan de dagvaarding aan hen ook niet correct betekend zijn.
4.4. Nu [erfgenaam 1], [erfgenaam 2], [erfgenaam 3] en [erfgenaam 4] eerst in de loop van de procedure de nalatenschap van erflater hebben verworpen en gelet op de aard van de procedure, acht de rechtbank het redelijk de proceskosten te compenseren in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De rechtbank
wijst de vorderingen van eiseres af;
compenseert de proceskosten ter zake het geding tussen eiseres en [erfgenaam 1], [erfgenaam 2], [erfgenaam 3] en [erfgenaam 4] zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. T. van de Poll en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2013.?