ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ6708
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Van der Ploeg-Hogervorst
- Haesen
- Gieben
- Rechtspraak.nl
Appel tegen schorsing voorlopige hechtenis wegens winkeldiefstal ongegrond verklaard
Deze zaak betreft het hoger beroep van de officier van justitie tegen de beslissing van de rechter-commissaris om de voorlopige hechtenis van verdachte te schorsen. Verdachte heeft een lange geschiedenis van winkeldiefstallen en loopt meerdere proeftijden wegens vermogensdelicten. De officier van justitie betoogde dat het recidivegevaar groot is en dat er geen persoonlijke belangen zijn die zwaarder wegen dan het strafvorderlijk belang.
De verdediging stelde dat verdachte recent een handoperatie heeft ondergaan en herstellende is, dat hij een psychische beperking heeft en verminderd toerekeningsvatbaar is verklaard. Verdachte krijgt begeleiding van een reclasseringsinstantie en houdt zich aan een winkelverbod. De verdediging verzocht het hoger beroep ongegrond te verklaren.
De rechtbank overwoog dat het recidivegevaar inderdaad aanzienlijk is, maar dat de rechter-commissaris dit heeft beperkt door een winkelverbod op te leggen met begeleiding van een medewerker van Reclassering Nederland. Gezien de naleving van eerdere voorwaarden acht de rechtbank de beperking van het recidivegevaar voldoende en ziet geen reden om de schorsing van de voorlopige hechtenis te vernietigen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de officier van justitie tegen de schorsing van de voorlopige hechtenis wordt ongegrond verklaard.