ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ7933
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning uitkering schadefonds geweldsmisdrijven na aannemelijk geweldsmisdrijf
Eiser diende een aanvraag in voor een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven naar aanleiding van een incident waarbij hij slachtoffer werd van mishandeling, poging tot afpersing, gijzeling en bedreiging. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen voor een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. In de strafzaak werden de verdachten vrijgesproken, omdat niet kon worden vastgesteld dat zij zichzelf of anderen wederrechtelijk wilden bevoordelen.
De rechtbank oordeelt dat de toetsing van de discretionaire bevoegdheid van verweerder terughoudend dient te zijn, maar dat in deze bestuursrechtelijke procedure een andere beoordeling geldt dan in het strafrecht. De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat er een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf of poging daartoe jegens eiser is gepleegd, mede op basis van een vonnis van de strafkamer waarin is vastgesteld dat er geweld is gebruikt en voldoende wettig bewijs is voor poging tot afpersing.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het griffierecht aan eiser vergoed. Hoger beroep is mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de uitkering uit het schadefonds wordt vernietigd.