ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ8088
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Verklaring Omtrent het Gedrag wegens bezit en verspreiding kinderpornografie
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de weigering van de afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De aanvraag betrof werkzaamheden als ICT professional. De staatssecretaris weigerde de VOG op grond van een eerdere veroordeling wegens bezit en verspreiding van kinderpornografie.
De rechtbank toetste de weigering aan de beleidsregels VOG natuurlijke personen en rechtspersonen. Hierbij werd het objectieve criterium toegepast, dat beoordeelt of het strafbare feit, indien herhaald, een belemmering vormt voor een behoorlijke uitoefening van de functie. Gezien de relatie tussen het delict en de functie van ICT professional achtte de rechtbank de weigering gerechtvaardigd.
Ook het subjectieve criterium, waarbij het belang van eiser wordt afgewogen tegen het belang van de samenleving, werd beoordeeld. De rechtbank vond dat het tijdsverloop sinds de veroordeling onvoldoende was en dat de aard van het delict zwaarwegend is. Hoewel eiser zijn werk niet volledig kan uitvoeren, weegt het algemene belang van bescherming van de samenleving zwaarder.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de weigering van de VOG. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG wordt ongegrond verklaard.