ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ8187
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Lavrijssen
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering advocaat tegen cliënt wegens verleende rechtsbijstand en afwijzing beroep op toerekenbare tekortkoming en dwaling
De zaak betreft een betalingsgeschil tussen een advocaat en haar cliënt over facturen voor verleende rechtsbijstand in een burenruzie. De advocaat had facturen verzonden voor werkzaamheden in een procedure tegen de buurman die schade aan de woning van de cliënt veroorzaakte. De cliënt betaalde een deel niet en stelde dat de advocaat tekort was geschoten in haar informatieplicht en dat de overeenkomst onder dwaling was gesloten.
De rechtbank stelde vast dat de advocaat al jaren voor de cliënt werkte, waardoor de cliënt bekend was met het tarief en de wijze van declareren. Hoewel de opdracht niet schriftelijk was bevestigd en algemene voorwaarden niet waren overhandigd, was er geen sprake van een toerekenbare tekortkoming. De Raad van Toezicht had de facturen begroot en goedgekeurd.
De cliënt voerde ook aan dat betaling pas verschuldigd was nadat de tegenpartij de schade zou vergoeden, maar dit werd door de rechtbank verworpen vanwege onvoldoende onderbouwing en eerdere betalingen zonder protest. Het beroep op ontbinding en dwaling faalde eveneens.
De rechtbank veroordeelde de cliënt tot betaling van het door de Raad van Toezicht vastgestelde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de aanmaningsdatum, en wees de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten af. De proceskosten werden aan de cliënt opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de cliënt tot betaling van het door de Raad van Toezicht goedgekeurde honorarium van €13.044,30 met wettelijke rente en proceskosten.