ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ9227
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Volkers
- Kooijman
- Van Gessel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voorbereidingshandelingen vervoer versnijdingsmiddelen cocaïne
Op 7 juni 2011 werd verdachte aangehouden in Breda op verdenking van voorbereidingshandelingen ten behoeve van het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van cocaïne. In zijn auto werden 1 kilogram lidocaïne en 1 kilogram fenacetine aangetroffen, stoffen die als versnijdingsmiddelen voor cocaïne worden gebruikt. Verdachte ontkende toestemming te hebben gegeven voor de doorzoeking van zijn auto, maar de rechtbank oordeelde dat de verbalisanten mochten aannemen dat toestemming was verleend en dat de doorzoeking rechtmatig was.
De rechtbank baseerde haar oordeel mede op tapgesprekken van verdachte waarin hij sprak over drugs en afspraken maakte over het vervoeren van stoffen naar Antwerpen. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de stoffen bestemd waren voor het vervaardigen van cocaïne. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.
De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte geen eerdere drugsdelicten had gepleegd en paste de strafmaat aan op basis van de oriëntatiepunten voor handel in harddrugs. Gezien de ernst van het feit werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden opgelegd, met aftrek van het voorarrest. De rechtbank zag geen ruimte voor een lichtere straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor voorbereidingshandelingen met versnijdingsmiddelen cocaïne.