ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ9546
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Poerink
- Rechtspraak.nl
Bevel tot medewerking beëindiging franchiseovereenkomst en staking concurrentieactiviteiten
Partijen waren vennoot in een vennootschap onder firma die een Bakker-Bartvestiging exploiteerde. Na een echtscheidingsprocedure en het uitschrijven van gedaagde uit het handelsregister, zette gedaagde via zijn eenmanszaak de broodverkoop voort vanuit het bedrijfspand, ondanks een non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst.
Eiseres vordert onder meer dat gedaagde medewerking verleent aan de beëindiging van de franchise- en huurovereenkomst en dat hij zijn concurrerende werkzaamheden staakt. De voorzieningenrechter oordeelt dat gedaagde geen reëel alternatief biedt en dat het voortzetten van de bakkerij in strijd is met het non-concurrentiebeding.
De rechter beveelt gedaagde om mee te werken aan de beëindigingsovereenkomst en veroordeelt hem tot staking van de concurrerende activiteiten onder dwangsom. Een geldvordering wegens onrechtmatige concurrentie wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende waarschijnlijkheid van toewijzing.
De proceskosten worden gecompenseerd tussen partijen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt bevolen medewerking te verlenen aan beëindiging franchiseovereenkomst en zijn concurrerende werkzaamheden te staken onder dwangsom.