ECLI:NL:RBZWB:2013:CA0877
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Hund
- W.A.P. van Roij
- J.W.J. Huige
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststellingsovereenkomst fiscale vestigingsplaats na afsplitsing en verkoop
Belanghebbende, een Nederlandse BV met een moedermaatschappij in het Verenigd Koninkrijk, voerde in 2008 een juridische splitsing uit waarbij bedrijfsactiviteiten werden afgesplitst en verkocht. Dit leidde tot onduidelijkheid over de fiscale vestigingsplaats van belanghebbende na deze transacties. Na uitgebreide correspondentie tussen belanghebbende en de inspecteur werd op 13 december 2010 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin werd bevestigd dat de fiscale vestigingsplaats vanaf 1 januari 2009 in het Verenigd Koninkrijk lag.
Belanghebbende stelde dat de feitelijke vestigingsplaats al per 2 juli 2008 was verplaatst en dat de vaststellingsovereenkomst daarom contra legem was. De rechtbank overwoog dat de vaststellingsovereenkomst niet in strijd is met de goede zeden of openbare orde en dat partijen gerechtigd zijn op nakoming daarvan te rekenen. Tevens werd geoordeeld dat de brief van 13 december 2010 een rechtsgeldige overeenkomst vormt.
Daarnaast stelde belanghebbende dat een verkeerd rentepercentage was toegepast op een lening aan de moedermaatschappij. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een ander rentepercentage dan het gehanteerde van toepassing was, waardoor dit verweer werd verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op. Partijen werd gewezen op het recht om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt gehandhaafd.