ECLI:NL:RBZWB:2013:CA1519
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen onjuiste WOZ-beschikking en proceskostenvergoeding afgewezen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een WOZ-beschikking en de bijbehorende aanslag onroerende-zaakbelastingen 2012 voor een kampeerterrein. De heffingsambtenaar stelde vast dat de tenaamstelling onjuist was en vernietigde de beschikking en aanslag tijdens de beroepsprocedure, met de mededeling dat een nieuwe beschikking en aanslag zouden volgen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar hiermee conform artikel 23 van Pro de Wet WOZ had gehandeld, waardoor het beroep voor zover het de beschikking en aanslag betrof niet-ontvankelijk was. Belanghebbende kon tegen de nieuwe beschikking de gebruikelijke rechtsmiddelen aanwenden.
Voor het onderdeel proceskosten was het beroep wel ontvankelijk omdat belanghebbende belang had bij het beroep. Belanghebbende vorderde vergoeding van proceskosten voor rechtsbijstand door een derde partij, maar de rechtbank stelde vast dat de gemachtigde die het bezwaar en beroep behandelde tevens de enige tekenbevoegde was van de B.V. die de rechtsbijstand verleende. Hierdoor werden belanghebbende, gemachtigde en de B.V. als één entiteit beschouwd, zodat geen sprake was van rechtsbijstand door een derde.
De rechtbank wees daarom de proceskostenvergoeding af en verklaarde het beroep voor het overige ongegrond. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor de vernietigde WOZ-beschikking en aanslag, en de proceskostenvergoeding is afgewezen.