ECLI:NL:RBZWB:2013:CA2276
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslag forensenbelasting en informatieplicht inzake hoofdverblijf echtgenote
Belanghebbende en zijn echtgenote zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en bezitten twee woningen, waarvan één in plaats X. Aan belanghebbende is een aanslag forensenbelasting opgelegd voor de woning in plaats X, omdat de gemeente hem als oudste belastingplichtige aansprak. Belanghebbende stelt dat zijn echtgenote haar hoofdverblijf heeft in plaats X, terwijl hijzelf in een andere plaats woont.
De heffingsambtenaar heeft belanghebbende verzocht om bewijsstukken, zoals bankafschriften en lidmaatschappen, waaruit het hoofdverblijf van de echtgenote blijkt. Belanghebbende weigerde deze informatie te verstrekken met het argument dat hij niet bevoegd was om dergelijke gegevens van zijn echtgenote op te vragen.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 47 AWR Pro belanghebbende verplicht was deze informatie te verschaffen of op zijn minst bij zijn echtgenote op te vragen. Door dit niet te doen, is de bewijslast omgekeerd en rust op belanghebbende de bewijslast dat de echtgenote haar hoofdverblijf in plaats X had. Dit bewijs is niet geleverd, waardoor de aanslag in stand blijft en het beroep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag forensenbelasting wordt ongegrond verklaard omdat belanghebbende niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht.