ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3073
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Unnik
- Van der Ploeg-Hogervorst
- Gieben
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak instructeur zweefvliegtuig na luchtvaartongeval met dodelijke afloop
Op 25 mei 2009 vond een luchtvaartongeval plaats met een zweefvliegtuig waarbij de leerling-vlieger om het leven kwam en de instructeur zwaargewond raakte. Verdachte, de instructeur en gezagvoerder, werd vervolgd wegens roekeloos en nalatig handelen dat tot het ongeval en de dood van de leerling zou hebben geleid.
De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie aan wegens schending van het gelijkheidsbeginsel, onzorgvuldig opsporingsonderzoek en overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was, ondanks onzorgvuldigheden in het onderzoek, omdat geen grove veronachtzaming van de belangen van verdachte was vastgesteld.
De rechtbank stelde vast dat de weersomstandigheden voorafgaand aan de vlucht niet zodanig waren dat het onverantwoord was om te vliegen en dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte nalatig of roekeloos handelde. Het deskundigenrapport van Schnitker ondersteunde deze conclusie. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van schuld aan het luchtvaartongeval.