ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3130
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffing overdrachtsbelasting na levering juridische eigendom woning na overlijden moeder
Belanghebbende verkreeg in 1992 samen met haar broers en zuster de economische eigendom van de woning van hun moeder. De moeder overleed in 2008, waarna belanghebbende en haar echtgenoot in november 2008 het resterende deel van de woning van de broers en zuster kochten. Bij notariële akte van 9 januari 2009 werd het juridische eigendom geleverd aan belanghebbende en haar echtgenoot, waarbij overdrachtsbelasting werd betaald over 3/4e deel van de waarde.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op over het 1/4e aandeel dat belanghebbende als erfgenaam verkreeg. Belanghebbende stelde dat dit aandeel krachtens erfrecht was verkregen en daarom niet belastbaar was. De rechtbank oordeelde echter dat de akte van 9 januari 2009 geen akte van verdeling was, maar een levering van de juridische eigendom, waarmee uitvoering werd gegeven aan het recht op levering uit 1992.
De rechtbank stelde vast dat de verkrijging van de juridische eigendom door levering overdrachtsbelastingplichtig is volgens artikel 2, eerste lid, WBR, ook al was belanghebbende reeds gerechtigd tot het 1/4e aandeel als erfgenaam. De naheffingsaanslag was daarom terecht opgelegd. De uitspraak van 12 juli 2011 werd vernietigd vanwege procedurele redenen, en het door belanghebbende betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting over het 1/4e aandeel is terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.