ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3133
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag vennootschapsbelasting wegens te hoge afschrijvingen onroerende zaak
Belanghebbende, een Nederlandse besloten vennootschap, had in de jaren 2001 tot en met 2006 afschrijvingen op een onroerende zaak toegepast die volgens de rechtbank hoger waren dan toegestaan op grond van goed koopmansgebruik. De inspecteur corrigeerde deze te hoge afschrijvingen in de aanslag vennootschapsbelasting over 2007 met toepassing van de foutenleer. De rechtbank stelt vast dat de correcties over 2005 en 2006 reeds via navorderingsaanslagen zijn verwerkt, zodat de aanslag 2007 dienovereenkomstig moet worden verminderd.
De rechtbank weegt de stellingen van belanghebbende af tegen de gemotiveerde verklaring van een taxateur die een langere levensduur en hogere restwaarde van de onroerende zaak aanneemt. Belanghebbende heeft zijn standpunt onvoldoende met bewijs onderbouwd. De rechtbank volgt de inspecteur in de toepassing van de foutenleer op de afschrijvingsfout.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de heffingsrente correct is berekend en niet gematigd kan worden, omdat belanghebbende geen schending van zorgvuldigheids-, gelijkheids- of vertrouwensbeginsel heeft gesteld. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en dient het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting 2007 wordt verminderd met € 49.272 wegens reeds gecorrigeerde te hoge afschrijvingen in voorgaande jaren.