ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3988
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- R.C.M. Reinarz
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen alcoholslotprogramma en ongeldigverklaring motorrijbewijs
Verzoeker is op 17 maart 2013 aangehouden met een ademalcoholgehalte van 640 µg/l, waarna zijn motorrijbewijs is ingevorderd en het CBR het rijbewijs ongeldig verklaarde met oplegging van een alcoholslotprogramma. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om zijn motorrijbewijs te mogen blijven gebruiken tijdens de bezwaarprocedure. Hij voert aan dat hij voor zijn inkomen afhankelijk is van het rijbewijs A en dat de maatregel getoetst moet worden aan het evenredigheidsbeginsel.
De voorzieningenrechter overweegt dat het alcoholslotprogramma een maatregel is gericht op verkeersveiligheid en gedragsverandering en niet als een strafrechtelijke sanctie (criminal charge) moet worden beschouwd, zeker bij bestuurders met alleen een rijbewijs B of A. Verzoeker is niet volledig afhankelijk van zijn motorrijbewijs voor zijn inkomen, aangezien zijn hoofdactiviteit het (om)bouwen en repareren van motoren is, waarbij proefrijden slechts een bijkomend onderdeel is.
Daarom is er geen ruimte om de maatregel te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om het besluit van het CBR te schorsen en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het alcoholslotprogramma en de ongeldigverklaring van het motorrijbewijs wordt afgewezen.