ECLI:NL:RBZWB:2014:105
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.C.M. Reinarz
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen opschorting bijstandsuitkering en verplichting tot vordering kinderalimentatie
Eiseres ontving een bijstandsuitkering met de verplichting om kinderalimentatie van haar ex-partner te vorderen. Ondanks herhaalde verzoeken en waarschuwingen heeft zij niet tijdig voldaan aan deze verplichting, mede door nalatigheid van haar advocaat-gemachtigde.
Het college schortte de uitkering op en legde een nadere verplichting op tot het vorderen van kinderalimentatie via de rechtbank. Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het bezwaar tegen de opschorting werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit was vervallen.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht het bezwaar tegen de verplichting tot vordering van kinderalimentatie ongegrond heeft verklaard. De ziekte van eiseres kan de vertraging niet verontschuldigen, aangezien zij haar gemachtigde niet tijdig heeft geïnformeerd.
De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen de opschorting van de bijstandsuitkering en de verplichting tot vordering van kinderalimentatie worden ongegrond verklaard.