Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[verweerder],
[belanghebbende]
1.Het verloop van de procedure
2.Het verzoek
,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeksters, Rabohypotheekbank NV en Coöperatieve Rabobank De Zuidelijke Baronie UA, vroegen toestemming voor de onderhandse verkoop van een agrarisch bedrijf in de gemeente Zundert aan een aspirant-koper. De makelaar, Staal Makelaars, had een hogere koopovereenkomst gesloten met een andere partij, De Beemdhoeve BV, maar deze overeenkomst werd niet door de hypotheekgever ondertekend en de opdracht aan de makelaar was beëindigd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Staal Makelaars en De Beemdhoeve BV geen belanghebbenden zijn in de zin van artikel 3:268 lid 2 BW Pro, omdat de opdracht was afgelopen en de hypotheekgever niet bereid was mee te werken aan de koopovereenkomst. Het bod van de aspirant-koper werd verhoogd tot € 1.550.000, wat vrijwel gelijk was aan de getaxeerde waarde en ruim boven de executiewaarde lag.
De rechtbank vond onvoldoende aannemelijk dat een openbare verkoop meer zou opbrengen dan het bod van de aspirant-koper, mede gelet op veilingkosten en betalingsachterstanden. Daarom werd de goedkeuring voor de lagere koopprijs van € 1.463.200 geweigerd en werd de bank en aspirant-koper in de gelegenheid gesteld een nieuwe koopovereenkomst te sluiten tegen € 1.550.000, die de voorzieningenrechter voornemens is goed te keuren.
Uitkomst: Goedkeuring voor onderhandse verkoop wordt geweigerd vanwege ontbreken van belang makelaar en niet-medewerking hypotheekgever.