Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is houder van 11 onderappartementsrechten die elk het exclusieve gebruik van een hotelkamer in een hotelcomplex geven. Voor elk van deze rechten is een aanslag rioolheffing opgelegd. Belanghebbende betwistte dit omdat de hotelkamers niet zelfstandig bewoonbaar zijn vanwege het ontbreken van kookgelegenheid.
De rechtbank overweegt dat het hotelgebouw als onroerende zaak geldt en dat de onderappartementsrechten civielrechtelijk gezien rechten zijn op zelfstandige gedeelten van die onroerende zaak. Hoewel de hotelkamers niet zelfstandig bewoonbaar zijn, worden zij als zelfstandige gedeelten beschouwd in het maatschappelijk verkeer, mede doordat zij afzonderlijk overdraagbaar zijn.
De rechtbank sluit aan bij het spraakgebruik en de context van de Verordening rioolheffing Schouwen-Duiveland 2013 en oordeelt dat de aanslagen terecht zijn opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanslagen rioolheffing zijn terecht opgelegd aan belanghebbende voor elk onderappartementsrecht.