Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
2.Het verzoek
ernstig ziek wordt, willen wij niet dat zij gereanimeerd wordt.”
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek tot instelling van een mentorschap over een ernstig verstandelijk beperkte vrouw van 69 jaar, die niet kan spreken en afhankelijk is van een rolstoel en zorginstelling. De verzoekster, haar zuster, wilde als mentor worden benoemd om een niet-reanimatieverklaring (NR-verklaring) te kunnen afgeven namens de betrokkene.
De rechtbank overweegt dat reanimatie een ingrijpende medische verrichting is die alleen met persoonlijke toestemming van de betrokkene kan worden geweigerd. Een mentor kan deze beslissing niet namens iemand nemen die niet beschikt over de mentale vermogens om deze afweging te maken. De wet vereist dat een NR-verklaring wordt afgegeven door degene die in staat is een redelijke waardering van zijn belangen te maken.
Hoewel de mentor geen NR-verklaring kan afgeven, heeft de verzoekster als zuster wel recht op informatie en overleg met de behandelend arts. Zij kan in beginsel toestemming geven voor reanimatie, maar in acute situaties kan de hulpverlener ook zonder toestemming handelen. Het verzoek tot mentorschap wordt afgewezen omdat de enige grond, het afgeven van een NR-verklaring, niet mogelijk is en er geen andere gronden zijn aangevoerd.
Uitkomst: Het verzoek tot instelling van een mentorschap wordt afgewezen omdat een mentor geen geldige NR-verklaring kan afgeven namens de betrokkene.