Uitspraak
27 augustus 2013;
18 november 2013;
10 december 2013, is voortgezet op 18 december 2013 en is gesloten op 8 januari 2014;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Veroordeelde is bij vonnis van 23 juli 2002 veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf voor dubbele moord, met een voorlopige datum van voorwaardelijke invrijheidstelling op 15 september 2014.
De officier van justitie vorderde uitstel van deze invrijheidstelling omdat veroordeelde op 28 juli 2013 niet terugkeerde van regimair verlof. De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid aan, het vertrouwensbeginsel, psychische overmacht en proportionaliteit.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie ontvankelijk was, dat psychische overmacht niet aannemelijk was en dat uitstel passend was gezien de ernst van het vergrijp en de duur van de onttrekking. Gelet op de bijzondere omstandigheden en beleidsregels werd het uitstel vastgesteld op 12 maanden.
De vordering van de officier van justitie werd derhalve gedeeltelijk toegewezen, waarbij de voorwaardelijke invrijheidstelling met 12 maanden wordt uitgesteld vanaf de oorspronkelijke datum.
Uitkomst: De rechtbank stelde het uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling vast op 12 maanden wegens het niet terugkeren van veroordeelde van regimair verlof.