Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[eiser sub 1],
[eiseres sub 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 maart 2012
- het proces-verbaal van comparitie van 2 november 2012
- de conclusie van repliek in conventie
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie
- de conclusie van dupliek in reconventie
- de akte uitlating producties.
2.De feiten
“eindafrekening volgens contract van 3-5-2008”
3.Het geschil
in conventie
- € 92.347,18 en € 8.000,--, vermeerderd met wettelijke rente met ingang van 29 augustus 2011 althans 30 januari 2013,
- € 276,25 per maand met ingang van de dag dat hij dit bedrag aan zijn hypotheekverstrekker verschuldigd is geworden, vermeerderd met wettelijke rente, en vermeerderd met een boete van € 65.000,-- wanneer de hypotheekverstrekker daarop jegens hem aanspraak maakt,
- € 100,-- per dag met ingang van 1 september 2008 tot en met 31 december 2011,
- € 2.842,-- wegens buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente,
- de proceskosten inclusief de kosten van beslag.
€ 10.918,80 aan kosten ten gevolge van annuleringen. Deze laatstgenoemde post bestaat uit door derden bij [eiser] in rekening gebrachte kosten, omdat die derden niet overeenkomstig de oorspronkelijke planning binnen de aannemingsovereenkomst tussen partijen de hen opgedragen werkzaamheden konden uitvoeren. In de periode januari 2010 tot maart 2011 heeft [eiser] opdrachten tot herstel aan derden verstrekt. Voor dit herstel moest [eiser] de woning verlaten en elders onderdak huren. Hij kon de woning pas in januari 2012 weer in gebruik nemen. Een deel van de gevorderde schadevergoeding betreft kosten van extra woonlasten, kosten verhuizingen en gemist arbeidsinkomen.
- € 17.304,81, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2009,
- alle door haar geleden en nog te lijden schade als gevolg van de gelegde conservatoire derdenbeslagen onder [namen] en onder de Rabobank, nader op te maken bij staat,
- de proceskosten en de nakosten.
4.De beoordeling
in conventie
€ 5.348,80. In beide gevallen wordt 30 % van het totaalbedrag aan voorziene werkzaamheden in rekening gebracht.