ECLI:NL:RBZWB:2014:3326

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 mei 2014
Publicatiedatum
20 mei 2014
Zaaknummer
281557 HA RK 14-93
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 40 RvArt. 41 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke schijn van partijdigheid

In deze zaak heeft mr. P.H.J.G. Römers een verzoek tot verschoning ingediend in een kort geding over een aanbestedingsgeschil tussen Beelen Sloopwerken BV en HaskoningDHV Nederland BV. Het verzoek is gebaseerd op het feit dat mr. Römers deelnemer is aan een beroepsopleiding aanbestedingsrecht, waar mr. J.F. van Nouhuys, advocaat van gedaagde, als docent aan verbonden is. Hierdoor bestaat volgens mr. Römers een objectief gerechtvaardigde vrees voor schijn van partijdigheid.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 40 Rv Pro en concludeert dat verschoning een middel is om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter te waarborgen. Hoewel een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, kunnen uitzonderlijke omstandigheden zoals hier aanleiding geven tot verschoning.

De kamer acht de motivering van mr. Römers voldoende en wijst het verzoek toe. De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van mr. P.H.J.G. Römers wordt toegewezen vanwege mogelijke schijn van partijdigheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer
zaaknummer: 281557 HA RK 14-93
beslissing op het verzoek tot verschoning ex artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:
mr. P.H.J.G. Römers, voorzieningenrechter

1.Het procesverloop

Op 7 mei 2014 heeft mr. P.H.J.G. Römers een verzoek tot verschoning ingediend in de zaak (kort geding) tussen
Beelen Sloopwerken BV, eisende partij, en
HaskoningDHV Nederland BV, gedaagde partij (zaaksnummer 279968 / KG ZA 14/216). Het kort geding betreft – kort gezegd – een geschil inzake de aanbesteding van werk. Het kort geding staat voor behandeling ter zitting geagendeerd op maandag 12 mei 2014 om 13.00 uur.

2.Het verzoek

Mr. Römers heeft in zijn verzoekschrift aangegeven dat hij kennis heeft genomen van een faxbericht van 6 mei 2014 van mr. J.F. van Nouhuys, die daarin mededeelt als advocaat voor gedaagde op te treden. Mr. Van Nouhuys is als docent verbonden aan een beroepsopleiding aanbestedingsrecht. Mr. Römers is dit jaar deelnemer aan die opleiding, die in december wordt afgesloten met een examen. Gegeven deze omstandigheden is mr. Römers van mening dat een mogelijke schijn van partijdigheid zal kunnen ontstaan als hij deze zaak behandelt.
Mr. Römers verzoekt de verschoningskamer om zijn verzoek tot verschoning toe te staan.

3.Het wettelijk kader

In artikel 40, eerste lid, Rv is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen, kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36.
In artikel 36 Rv Pro is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
In artikel 41, tweede lid, Rv is bepaald dat de meervoudige kamer zo spoedig mogelijk beslist. De beslissing is gemotiveerd en wordt onverwijld aan partijen en de rechter, die het verzoek had gedaan, medegedeeld.

4.De beoordeling

4.1
Uit artikel 41 Rv Pro valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De verschoningskamer zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
4.2
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
4.3
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
4.4
Uit het verzoek van mr. Römers blijkt dat er sprake is van zodanige bekendheid met de advocaat van gedaagde partij en dat hij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in onderhavige zaak te beslissen. De verschoningskamer ziet hierin, in aanmerking genomen de motivering van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning gelegen. Het verzoek zal derhalve worden toegewezen.

5.De beslissing

De verschoningskamer:
  • wijst het verzoek van mr. P.H.J.G. Römers tot verschoning toe;
  • bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, de procedure met zaaksnummer 279968 / KG ZA 14/216 wordt voortgezet in de stand waarin de procedure zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot verschoning.
Deze beslissing is gegeven door mr. G.M.J. Kok, voorzitter, en mrs. D. van Kralingen en M.C. de Regt, leden, in aanwezigheid van mr. J.H.C.W. Vonk, griffier, op 8 mei 2014.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Afschrift verzonden op: