Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- het op 28 maart 2014 in de hierna te noemen zaak ingekomen wrakingsverzoek; producties;
- de van verzoeker op 9 mei 2014 ingekomen schriftelijke toelichting op zijn wrakingsverzoek;
- de processtukken, waaronder het proces-verbaal van de behandeling ter zitting van 27 maart 2014, zoals opgenomen in het zaakdossier van de hierna te noemen procedure, waarin verzoeker heeft gewraakt,
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer op 14 mei 2014, waarbij zijn verschenen verzoeker en zijn gemachtigde, mr. D. Hund, senior rechter in deze rechtbank, en namens de inspecteur van de Belastingdienst te Breda, verweerder in na te noemen procedure, C.J.M. van Gorkum en J.W. Wohrmann, en
- de door verzoeker ter gelegenheid van die behandeling voorgelezen schriftelijke verklaring.
2.Het verzoek
3.De feiten
4.De gronden van het wrakingsverzoek
5.Het standpunt van de rechter
6.Het standpunt van de inspecteur van de Belastingdienst
7.De beoordeling en de gronden daarvoor
8.Beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met procedurenummer AWB 13/6438 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.