Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de meervoudige strafkamer die hen behandelde in strafzaken met verschillende parketnummers. Zij stelden dat de rechtbank onpartijdigheid zou missen vanwege de afwijzing van hun verzoeken tot aanhouding en dossieraanvulling, mede door late wijziging van de tenlasteleggingen en omvangrijke stukken die kort voor de zitting werden verstrekt.
De wrakingskamer oordeelde dat de wijzigingen tijdig aan de raadslieden waren medegedeeld en dat verzoekers geen uitstel hadden gevraagd voorafgaand aan de zitting. De afwijzing van de verzoeken tot aanhouding en dossieruitbreiding werden gezien als procesbeslissingen die alleen wraking kunnen rechtvaardigen bij duidelijke aanwijzingen van vooringenomenheid, welke hier ontbraken.
Ook de klacht over het late ontvangen omvangrijke dossierstuk werd niet als reden voor wraking geaccepteerd, mede omdat verduidelijking door de raadsman ontbrak. De kamer benadrukte dat de strafkamer bij voortzetting van de zaak alsnog moet toetsen of de veronderstellingen over vrijspraak terecht zijn. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en deze beslissing is op 20 mei 2014 openbaar uitgesproken.