De rechtbank behandelt de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden tussen partijen, gehuwd in gemeenschap van goederen met een vergoedingsrecht voor verschoven vermogen. De woning, die voor het huwelijk eigendom was van de man en bij huwelijk en scheiding een overwaarde had, wordt aan de man toegedeeld. De vrouw heeft recht op de helft van de overwaarde per peildatum 31 december 2010, maar dit leidt tot een vermogensverschuiving waarvoor de man een vergoedingsrecht heeft jegens de vrouw.
Verder worden vervoermiddelen, bankrekeningen en polissen verdeeld, waarbij de vrouw een bedrag van € 8.559,50 aan de man moet betalen. Schenkingen van ouders en investeringen in een kapsalon worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of omdat ze buiten de gemeenschap vallen. De hypothecaire lening wordt door de man gedragen, met ontslag van de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid.
De rechtbank bepaalt dat ieder de helft van de kosten van het deskundigenonderzoek draagt en dat partijen hun eigen proceskosten betalen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er staat hoger beroep open.