In deze civiele procedure tussen Otto Simon B.V. en [gedaagde] staat een incidentele vordering tot afgifte van bescheiden op grond van artikel 843a Rv centraal. [gedaagde] vordert dat Otto Simon binnen vijf werkdagen na betekening een aantal administratieve stukken overlegt, waaronder facturen, betalingsadviezen, matrixprints en een overzicht van het saldo dat Otto Simon stelt te vorderen.
Otto Simon voert verweer en stelt dat de gevorderde stukken reeds in het bezit zijn van [gedaagde] of niet meer beschikbaar zijn, zoals de matrixprints. De rechtbank toetst de vordering aan de voorwaarden van artikel 843a Rv, waarbij een rechtmatig belang, bepaalbaarheid van de stukken en een betrokken rechtsbetrekking vereist zijn.
De rechtbank stelt vast dat de gevorderde stukken betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarin partijen betrokken zijn en dat de stukken bepaalbaar zijn. Echter ontbreekt het rechtmatig belang omdat [gedaagde] de stukken reeds bezit en de matrixprints niet noodzakelijk zijn voor het verweer. Ook het gevorderde overzicht is reeds overgelegd en niet betwist.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het incident. De procedure wordt voortgezet met een nieuwe rolzitting voor conclusie van antwoord.