Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank;
- het wrakingsverzoek, zoals dit blijkt uit het proces-verbaal van het getuigenverhoor in de hoofdzaak van 28 mei 2014;
- het aanvullend stuk van verzoekster van 30 juni 2014;
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer ter zitting van 2 juli 2014, waarbij aanwezig waren de raadsman van verzoekster mr. P. Quist, advocaat te Naaldwijk (hierna: mr. Quist) en de rechter-commissaris. De raadsman van de wederpartij van verzoekster in de hoofdzaak heeft bij e-mailbericht van 2 juli 2014, door de rechtbank ontvangen om 13.10 uur, laten weten dat namens bedoelde wederpartij niemand ter zitting van de wrakingskamer zal verschijnen.
2.Het verzoek
3.Feiten
4.Standpunten partijen
- te weigeren aan getuige [getuige] te vragen of deze volhardt in de eerdere getuigenverklaring van 19 november 2013;
- te weigeren bepaalde vragen aan getuige [getuige] te stellen.
- mr. Quist een vraag aan de getuige wilde stellen die al gesteld en beantwoord was en dat hij mr. Quist toen heeft gevraagd om even te wachten met zijn vraag tot na het dicteren van het getuigenverhoor;
- hij niet heeft geweigerd bepaalde vragen aan getuige [getuige] te stellen.
5.Motivering
6.Beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaak-/rolnr.: C/12/78562 / HA ZA 11-222 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.