ECLI:NL:RBZWB:2014:4598

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 juli 2014
Publicatiedatum
9 juli 2014
Zaaknummer
AWB-14_605
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.A.P. de Roij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij legesaanslag

De heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg legde aan belanghebbende BV een legesaanslag op, waartegen belanghebbende bezwaar maakte. Dit bezwaar werd door de heffingsambtenaar ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank.

De rechtbank wees de gemachtigde van belanghebbende schriftelijk en per aangetekende brief op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €318 binnen vier weken na verzending van de mededeling. Uit de administratie bleek dat het griffierecht niet was voldaan binnen de gestelde termijn.

De rechtbank stelde vast dat de aangetekende brief op correcte wijze was aangeboden en dat er geen omstandigheden waren die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat verzet open.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Procedurenummer BRE 14/605
uitspraak van 7 juli 2014
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende] BV, gevestigd te [plaats A],
belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg,
de heffingsambtenaar.

1.Ontstaan en loop van het geding

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een aanslag leges met aanslagnummer
[aanslagnummer] opgelegd. Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar van 20 december 2013 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard. Bij brief van 27 januari 2014, ingekomen bij de rechtbank op 29 januari 2014, heeft de gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde], beroep ingesteld tegen die uitspraak op bezwaar.
De gemachtigde van belanghebbende is schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. Bij aangetekende brief van 3 maart 2014 is de gemachtigde van belanghebbende nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht.

2.Motivering

Belanghebbende is voor het door haar ingestelde beroep € 318 aan griffierecht verschuldigd (artikel 8:41, eerste lid, van de Awb). Het griffierecht dient binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier te zijn bijgeschreven op de rekening van het gerecht dan wel ter griffie te zijn gestort (artikel 8:41,vijfde lid, van de Awb). Indien het bedrag niet tijdig is bijgeschreven of gestort, is het beroep niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest (artikel 8:41, zesde lid, van de Awb).
De rechtbank stelt vast dat de brief van 3 maart 2014 aangetekend is verzonden. Uit navraag bij PostNL is gebleken dat de aangetekende brief van 3 maart 2014 op regelmatige wijze aan het adres van de indiener van het beroepschrift is aangeboden.
In de aangetekende brief van de rechtbank van 3 maart 2014 is meegedeeld dat het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na verzending van deze brief moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank. Tevens is vermeld dat, indien van deze gelegenheid niet binnen de termijn gebruik is gemaakt, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Uit de administratie van de rechtbank is gebleken dat het verschuldigde griffierecht niet is voldaan. Gesteld, noch aannemelijk is geworden dat sprake is van een situatie waarin redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest.
Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 7 juli 2014 door mr. W.A.P. de Roij, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van P.A.C. Balemans, griffier.
De griffier, De rechter,
De griffier is buiten staat om te ondertekenen.
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.