Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[verzoeker] B.V.,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van een werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die sinds september 2013 arbeidsongeschikt is voor zijn eigen werk. De werkgever stelde dat er dringende redenen waren voor ontbinding, waaronder onveilige werksituaties veroorzaakt door de werknemer en agressief gedrag, en dat de arbeidsverhoudingen daardoor verstoord waren.
De werknemer betwistte de beschuldigingen en voerde aan dat het verzoek in strijd is met het opzegverbod tijdens ziekte. Uit medische rapportages bleek dat de werknemer niet arbeidsongeschikt was verklaard voor aangepast werk, maar wel voor zijn eigen functie, en dat een betermelding per 1 april 2014 niet aannemelijk was. De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende bewijs was geleverd dat de werknemer onveilige situaties had veroorzaakt of dat er herhaaldelijke waarschuwingen waren gegeven.
Ook het ontslag op staande voet werd door de werknemer betwist. Gezien het ontbreken van een uitzonderlijke situatie die ontbinding ondanks het opzegverbod zou rechtvaardigen, wees de kantonrechter het verzoek af. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een dringende reden en het opzegverbod tijdens ziekte.