Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder
1 primair, 1 subsidiair en 2tenlastegelegde feiten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verdachte werd verdacht van het telen en aanwezig hebben van een hennepkwekerij en het illegaal aftappen van elektriciteit in een pand te Tilburg. De politie deed op 23 november 2012 een waarneming van henneplucht en voerde op 29 november 2012 een warmtemeting uit die een afwijkend warmtebeeld toonde, wat een redelijk vermoeden van overtreding van de Opiumwet opleverde.
De politie betrad het pand op 22 januari 2013 met een machtiging tot binnentreden, afgegeven op diezelfde dag. De politierechter stelde vast dat er tussen de waarneming en het binnentreden een termijn van 54 dagen zat, zonder dat uit het dossier bleek dat op de dag van binnentreden nog steeds een redelijk vermoeden van overtreding bestond. Hierdoor was de machtiging onrechtmatig afgegeven en was sprake van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek.
De politierechter sloot de bewijzen verkregen na het binnentreden uit en oordeelde dat de overige bewijsmiddelen onvoldoende waren om tot een bewezenverklaring te komen. Daarom sprak de politierechter verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onrechtmatige machtiging tot binnentreden en onvoldoende bewijs.