ECLI:NL:RBZWB:2014:6664
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing persoonlijke betalingsregeling kinderopvangtoeslag wegens grove schuld
Eiser verzocht om een persoonlijke betalingsregeling voor de terugbetaling van kinderopvangtoeslag over 2010, nadat de Belastingdienst/Toeslagen de terugvordering had vastgesteld. De Belastingdienst stelde dat de terugvordering te wijten was aan opzet of grove schuld van eiser, waardoor een persoonlijke betalingsregeling op basis van betalingscapaciteit niet mogelijk was. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst de bewijslast voor grove schuld had voldaan, onder meer omdat eiser en zijn toeslagpartner niet hadden gemeld dat de kinderopvang na mei 2010 was beëindigd, terwijl toch toeslag werd ontvangen.
De rechtbank bevestigde dat de Uitvoeringsregeling Awir uitsluit dat bij opzet of grove schuld een standaard- of persoonlijke betalingsregeling wordt toegekend, en dat de Leidraad Invordering dit beleid ondersteunt. De rechtbank vond dat de Belastingdienst dit beleid consistent had toegepast en dat geen reden bestond om hiervan af te wijken. Daarom was de afwijzing van de persoonlijke betalingsregeling terecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter F.P.J. Schoonen op 17 september 2014 en is aan partijen verzonden. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de persoonlijke betalingsregeling wegens grove schuld wordt ongegrond verklaard.