ECLI:NL:RBZWB:2014:677
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- R.C.M. Reinarz
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening pgb wegens onvoldoende waarborg beheer en gebrekkige motivering
Verzoeker, die niet zelf de regie kan voeren over zijn zorg, heeft een pgb aangevraagd bij CZ Zorgkantoren nadat zijn woon/zorgvoorziening werd opgeheven. CZ weigerde het pgb toe te kennen, mede vanwege het ontbreken van een aansprakelijkheidsverklaring van de pgb-beheerder Buitenkans. Verzoeker stelde dat Buitenkans met het keurmerk voor pgb-bureaus voldoende waarborg biedt en dat de motivering van CZ ondeugdelijk is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de motivering van het bestreden besluit onvoldoende is toegespitst op de situatie van verzoeker, maar dat dit in de bezwaarfase kan worden verbeterd. Verder is vastgesteld dat Buitenkans niet kan voldoen aan de waarborgvereisten zoals vastgesteld in de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, omdat het keurmerk niet voorziet in aansprakelijkheidsverklaringen en financiële verantwoording richting het zorgkantoor.
Gezien het feit dat verzoeker niet zelf de regie kan voeren en Buitenkans geen volledige waarborg biedt voor de nakoming van pgb-verplichtingen, bestaat gegronde reden om aan te nemen dat verzoeker niet op behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot toekenning van het pgb wordt afgewezen wegens onvoldoende waarborg voor beheer en gebrekkige motivering die in bezwaar kan worden hersteld.