ECLI:NL:RBZWB:2014:7339
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Zoon niet-ontvankelijk in vordering achterstallig loon van overleden werknemer
De zoon van de overleden werknemer heeft namens zichzelf vorderingen ingesteld voor achterstallige verlofuren en vakantiegeld van zijn vader, die in dienst was bij Vercobe Facility BV en in 2013 overleed. De werkgever stelde dat de vader tijdens het dienstverband gelden had verduisterd en wilde deze schade verrekenen met de achterstallige betalingen.
De zoon trad op met een volmacht van zijn broer voor het beheer van de nalatenschap, maar niet voor het gezamenlijk instellen van rechtsvorderingen namens alle erfgenamen. De kantonrechter oordeelde dat volgens artikel 3:171 BW Pro en jurisprudentie het noodzakelijk is dat in de dagvaarding wordt vermeld dat de eiser optreedt namens alle deelgenoten en dat een uitspraak ten behoeve van de gemeenschap wordt gevraagd.
Omdat de zoon dit niet had gedaan en de vordering op zijn privé naam was ingesteld, werd hij niet-ontvankelijk verklaard. Ook het beroep op de volmacht werd afgewezen. De reconventionele vordering van Vercobe hoefde niet te worden behandeld omdat de voorwaarde voor de reconventie niet was vervuld. De zoon werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot betaling van achterstallig loon en veroordeeld in de proceskosten.