ECLI:NL:RBZWB:2014:7339

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 augustus 2014
Publicatiedatum
28 oktober 2014
Zaaknummer
2623505
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:170 BWArt. 3:171 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zoon niet-ontvankelijk in vordering achterstallig loon van overleden werknemer

De zoon van de overleden werknemer heeft namens zichzelf vorderingen ingesteld voor achterstallige verlofuren en vakantiegeld van zijn vader, die in dienst was bij Vercobe Facility BV en in 2013 overleed. De werkgever stelde dat de vader tijdens het dienstverband gelden had verduisterd en wilde deze schade verrekenen met de achterstallige betalingen.

De zoon trad op met een volmacht van zijn broer voor het beheer van de nalatenschap, maar niet voor het gezamenlijk instellen van rechtsvorderingen namens alle erfgenamen. De kantonrechter oordeelde dat volgens artikel 3:171 BW Pro en jurisprudentie het noodzakelijk is dat in de dagvaarding wordt vermeld dat de eiser optreedt namens alle deelgenoten en dat een uitspraak ten behoeve van de gemeenschap wordt gevraagd.

Omdat de zoon dit niet had gedaan en de vordering op zijn privé naam was ingesteld, werd hij niet-ontvankelijk verklaard. Ook het beroep op de volmacht werd afgewezen. De reconventionele vordering van Vercobe hoefde niet te worden behandeld omdat de voorwaarde voor de reconventie niet was vervuld. De zoon werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot betaling van achterstallig loon en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST BRABANT

kanton
zittingsplaats Middelburg
zaak/rolnr. 2623505/13-6502

vonnis van de kantonrechter d.d. 6 augustus 2014

inzake

[eiser],

wonende te [woonplaats],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,
verder te noemen: [eiser],
gemachtigde: M.J. Buitenhuis (SRK Rechtsbijstand),
t e g e n :
de besloten vennootschap
Vercobe Facility BV,
gevestigd te Goes,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
verder te noemen: Vercobe,
gemachtigde: mr. H.C. Bollekamp.

Het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:
- dagvaarding van 25 november 2013,
- conclusies van antwoord, repliek en dupliek in conventie, respectievelijk tevens van eis, antwoord, repliek en dupliek in reconventie.

De beoordeling van de zaak

in conventie en in reconventie:
1. [eiser] is de zoon van [naam 1] (“de vader”), die op 6 mei 2003 in dienst is getreden bij Vercobe. De vader is op 1 mei 2013 overleden, waardoor aan het dienstverband met Vercobe een eind is gekomen. [eiser] is samen met zijn broer [naam 2] erfgenaam van de vader. Blijkens de verklaring van erfrecht, productie 7 bij repliek/antwoord heeft [naam 2] een volmacht verleend aan zijn broer [eiser], krachtens welke deze laatste gerechtigd is tot het beheer van de nalatenschap, waaronder begrepen het innen van alle vorderingen die behoren tot de nalatenschap van de vader.
2. Vercobe heeft na het einde van het dienstverband hetgeen de vader nog toekwam aan verlofuren en vakantiegeld niet uitbetaald. Volgens Vercobe heeft de vader tijdens het dienstverband gelden verduisterd, waardoor Vercobe schade heeft geleden, welke schade Vercobe wil verrekenen met hetgeen de vader nog toekwam aan verlofuren en vakantiegeld.
3. [eiser] vordert thans Vercobe te veroordelen tot betaling aan hem van achterstallige verlofuren tot een bedrag van € 3.930,85 bruto, vermeerderd met wettelijke verhoging en wettelijke rente. Aan achterstallig vakantiegeld vordert [eiser] een bedrag van € 2.249,64 bruto, ook weer te vermeerderen met wettelijke verhoging en wettelijke rente en ook weer te betalen aan [eiser]. Tenslotte vordert [eiser] buitengerechtelijke incassokosten.
4. Vercobe heeft als eerste verweer aangevoerd dat [eiser] gelet op de bepalingen van de artt. 3:170 en 3:171 BW niet in zijn vordering kan worden ontvangen. Indien [eiser] wel kan worden ontvangen in zijn vordering, doet Vercobe een beroep op verrekening. Zij heeft door toedoen van de vader schade geleden tot een bedrag van € 5.207,50. Indien de kantonrechter [eiser] wel ontvankelijk in zijn vordering acht en het beroep op verrekening in conventie niet wordt gehonoreerd, stelt Vercobe een vordering in reconventie in. Zij vordert dan dat [eiser] wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding.
5. De kantonrechter overweegt dat ingevolge het bepaalde in artikel 3:171 BW Pro iedere deelgenoot, tenzij een regeling anders bepaalt, bevoegd is tot het instellen van rechtsvorderingen ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. Het is (Hoge Raad 8 september 2000, JOR 2001,19) niet noodzakelijk dat alle deelgenoten/erfgenamen (als eisers) in het geding betrokken worden. Wel dienen de procederende deelgenoten in de dagvaarding kenbaar te maken dat zij optreden (als formele partij) voor de gezamenlijke deelgenoten (als materiële partij) en dat zij een uitspraak ten behoeve van de gemeenschap wensen. [eiser] heeft dit in de dagvaarding nagelaten en vordert betaling aan hem privé. Hij kan daarom (zie ook Hoge Raad 5 maart 1999. NJ 1999, 383) niet in zijn vordering worden ontvangen. Ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat het beroep van [eiser] op de bij de verklaring van de erfrecht gegeven volmacht overigens niet opgaat. [naam 2] heeft zijn broer geen volmacht gegeven voor het (mede) namens hem instellen van rechtsvorderingen.
6. In conventie wordt [eiser] niet-ontvankelijk verklaard met zijn veroordeling in de proceskostgen. De voorwaarde waaronder de eis in reconventie is ingesteld, is niet vervuld, zodat de reconventie geen bespreking behoeft.

DE BESLISSING

De kantonrechter:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding welke aan de zijde van Vercobe tot op heden worden begroot een bedrag van € 500,00 wegens salaris van de gemachtigde van Vercobe.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 augustus 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.
jdk