Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 29 oktober 2014 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], te [woonplaats], eiser,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit van 30 oktober 2012;
- legt aan eiser de straf op van voorwaardelijk ontslag, met dien verstande dat het ontslag niet ten uitvoer wordt gelegd als eiser zich gedurende twee jaar na bekendmaking van deze uitspraak niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als het plichtsverzuim waarvoor de bestraffing plaatsvindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 160,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.461,-;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.