ECLI:NL:RBZWB:2014:8115
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom exploitatie horecabedrijf zonder vergunning
Verzoekster I en verzoeker II hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van de burgemeester waarin aan hen een last onder dwangsom is opgelegd wegens overtreding van artikel 3 van Pro de Drank- en Horecawet en artikel 2:28 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Zundert. Het geschil betreft het gebruik van een pand als clubhuis zonder de vereiste exploitatievergunning.
De voorzieningenrechter constateert dat het pand als horecabedrijf wordt aangemerkt volgens de APV, waarbij een vergunning verplicht is, ongeacht of er daadwerkelijk alcohol wordt verstrekt of betaald. De burgemeester is daarom bevoegd tot handhaving. Verzoekers stelden dat het pand niet als horecabedrijf wordt geëxploiteerd en dat er gedoogafspraken zouden zijn, maar hiervoor is geen bewijs geleverd.
De voorzieningenrechter overweegt dat handhavend optreden in beginsel verplicht is, tenzij bijzondere omstandigheden of concreet zicht op legalisatie aanwezig zijn. Verzoekers hebben aangegeven bereid te zijn een vergunning aan te vragen, maar hebben dit nog niet gedaan. De burgemeester kan daardoor niet beoordelen of legalisatie mogelijk is. Gelet hierop en het ontbreken van bijzondere omstandigheden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 5 december 2014 door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, en is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.