Eiser, ambtenaar bij Orionis Walcheren, had sinds 2005 toestemming om nevenwerkzaamheden te verrichten op het gebied van budgethulp, budgetbeheer en schuldhulpverlening. Na een fusie ontstond Orionis, dat dezelfde diensten aanbiedt binnen hetzelfde verzorgingsgebied. Orionis trok de toestemming in vanwege de schijn van belangenverstrengeling en mogelijke integriteitsrisico's.
Eiser voerde aan dat zijn werkzaamheden breder waren dan die van Orionis en dat er geen sprake was van concurrentie of belangenverstrengeling. De rechtbank oordeelde dat er wel sprake is van overlap en dat ook klanten van Orionis tot de cliënten van eiser behoren, wat de schijn van belangenverstrengeling bevestigt.
De rechtbank stelde vast dat Orionis bevoegd was de toestemming in te trekken en dat de overgangstermijn van acht maanden redelijk was. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, en de rechtbank verwierp tevens het beroep op het verbod van reformatio in peius.