Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De verdere procedure
- het vonnis in het incident en in de hoofdzaak van 16 april 2014
- het proces-verbaal van comparitie 4 september 2014.
2.Het geschil
primairzijn legitieme portie zoals door de rechtbank wordt vastgesteld op basis van een nader door de rechtbank te bepalen legitimaire massa met name op grond van nog over te leggen documenten doch in ieder geval
subsidiaireen bedrag van € 138.500,--, in beide gevallen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2013 althans 12 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening. Voorts vordert hij betaling door gedaagde van buitengerechtelijke kosten ad € 325,-- + p.m. van de onderhavige procedure, die van de beslaglegging daaronder begrepen alsmede de nakosten.