ECLI:NL:RBZWB:2014:906
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging kinderbijdrage na verwijtbaar inkomensverlies
Partijen zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen. Bij beschikking uit 2007 is een kinderbijdrage vastgesteld die de man aan de vrouw moet betalen. De man verzoekt om verlaging van deze bijdrage vanwege inkomensverlies sinds zijn ontslag in mei 2012.
De rechtbank stelt vast dat het inkomensverlies van de man het gevolg is van zijn eigen verwijtbare gedragingen, waaronder een ongeval onder invloed van alcohol met een bedrijfsbus, wat leidde tot ontslag op staande voet. De man heeft geen pogingen ondernomen om het ontslag aan te vechten of een ontbindingsvergoeding te verkrijgen.
De rechtbank oordeelt dat dit inkomensverlies volledig voor rekening van de man komt en dat de eerder vastgestelde kinderbijdrage niet voor wijziging vatbaar is. Ook de stelling dat de inkomsten van de vrouw niet zijn meegewogen wordt verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking is uitgesproken door rechter M.J.L. Holierhoek op 12 februari 2014.
Uitkomst: Het verzoek tot verlaging van de kinderbijdrage wordt afgewezen vanwege verwijtbaar inkomensverlies van de man.