ECLI:NL:RBZWB:2014:9247
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering valsheid getuigenverklaringen en schadevergoeding in auteursrechtzaak
In deze civiele procedure vordert eiser een verklaring voor recht dat de door gedaagde overgelegde schriftelijke getuigenverklaringen vals zijn, alsmede een schadevergoeding voor onnodig gemaakte kosten en proceskostenvergoeding. De zaak betreft een eerdere auteursrechtprocedure waarin eiser stelde dat gedaagde inbreuk maakte op zijn auteursrechten. De eerdere procedure werd door de kantonrechter afgewezen en is in hoger beroep.
Eiser baseert zijn vordering op de stelling dat de verklaringen van twee getuigen vals zijn en dat hij daardoor onnodige kosten heeft moeten maken. Gedaagde betwist de vordering en de juistheid van de stellingen. De kantonrechter overweegt dat het geschil in hoger beroep geheel opnieuw beoordeeld kan worden, inclusief de waarde van de getuigenverklaringen, zodat een verklaring voor recht hierover in deze bodemprocedure niet bindend is.
Voorts is het volgens de kantonrechter niet zonder meer onrechtmatig om valse verklaringen in het geding te brengen; daarvoor is vereist dat degene die de verklaringen inbrengt bekend is met de valsheid. Eiser heeft onvoldoende gesteld om dit aannemelijk te maken. Daarom laat de kantonrechter in het midden of de verklaringen vals zijn.
De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, begroot op €300,-, met wettelijke rente vanaf vijftien dagen na datum vonnis. Het vonnis is gewezen door kantonrechter C. Kool en uitgesproken op 19 november 2014.
Uitkomst: De vordering tot verklaring van valsheid van getuigenverklaringen en schadevergoeding wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.