ECLI:NL:RBZWB:2014:9354
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Linden
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verhaalsbijdrage kosten crematie door gemeente op kinderen overledene
De gemeente verzocht op grond van artikel 22 Wet Pro op de lijkbezorging om vaststelling van een verhaalsbijdrage voor de kosten van crematie van de heer [man y]. De kosten bedroegen € 2.881,76, waarbij de gemeente de twee kinderen aansprakelijk stelde voor elk de helft van dit bedrag. De vrouw had de nalatenschap van haar vader verworpen en voerde aan dat haar draagkracht onderzocht moest worden om haar bijdrage te bepalen.
De rechtbank oordeelde dat de Wet op de lijkbezorging de gemeente een zelfstandig recht geeft om de kosten te verhalen op bloed- en aanverwanten die tot onderhoud verplicht zijn, los van het erfrecht. Verwerping of beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap beïnvloedt deze verhaalsmogelijkheid niet. Ook is een draagkrachttoets niet van toepassing bij deze eenmalige kosten.
De rechtbank stelde vast dat de man en vrouw als onderhoudsplichtige kinderen ieder voor een gelijk deel verbonden zijn aan de resterende kosten en veroordeelde hen tot betaling van elk € 1.440,88 aan de gemeente. De kosten van het geding worden ieder voor eigen rekening gedragen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de man en vrouw ieder tot betaling van € 1.440,88 aan de gemeente ter voldoening van de helft van de resterende crematiekosten.