Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 18 juni 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 25 september 2014.
2.De feiten
3.Het geschil
primair –bepaalt dat voormelde dwangsom wordt opgeheven, althans dat het de vrouw wordt verboden die dwangsom te executeren en de vrouw veroordeelt het beslag op te heffen althans haar beveelt het beslag binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te doen opheffen, op straffe van verbeurte van een dwangsom voor elke dag dat zij, te rekenen vanaf de dag der betekening van dit vonnis, in gebreke blijft, dan wel –
subsidiair– de dwangsom vermindert tot een bedrag dat de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.
4.De beoordeling
€ 768,--(2 x tarief I, € 384,--)