ECLI:NL:RBZWB:2014:9525
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering wegens onvolledige dagvaarding en afwijzing tegenvordering pensioenfonds
In deze civiele procedure vordert Stichting Pensioenfonds ABP betaling van een bedrag van €16.499,62 van de gedaagde, stellende dat zij te veel heeft uitbetaald. De gedaagde betwist dit en voert aan dat de dagvaarding onvolledig is en onvoldoende onderbouwd. ABP baseert haar vordering op onverschuldigde betaling, maar legt het pensioenreglement niet over en verstrekt onvoldoende gespecificeerde bewijsstukken.
De rechtbank oordeelt dat de dagvaarding van ABP incompleet is en dat de stellingen onvoldoende zijn toegelicht en onderbouwd. Dit schaadt de verdediging van de gedaagde, waardoor ABP niet ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering. In reconventie vordert de gedaagde betaling van twee bedragen die ABP volgens een eerder kort geding vonnis moest terugbetalen. ABP toont aan dat zij deze bedragen reeds heeft gerestitueerd.
De rechtbank wijst daarom de tegenvordering af en veroordeelt ABP in de proceskosten van de gedaagde en andersom. De kostenveroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het vonnis is gewezen door mr. L.A.M. van Dijke en op 23 april 2014 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: ABP wordt niet ontvankelijk verklaard in haar vordering en de tegenvordering van de gedaagde wordt afgewezen.