Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende kreeg op 19 september 2012 een aanslag leges opgelegd en maakte telefonisch bezwaar direct na ontvangst. Het schriftelijke bezwaarschrift werd echter pas op 27 november 2012 ontvangen, na het verstrijken van de wettelijke termijn die liep van 20 september tot 31 oktober 2012.
De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Belanghebbende stelde dat het mondelinge bezwaar rechtsgeldig was en dat het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing op de aanslagbiljet de reden was voor het te laat indienen.
De rechtbank oordeelde dat bezwaar volgens de Awb schriftelijk moet worden ingediend en dat het mondelinge bezwaar niet als zodanig kan worden aangemerkt. De bezwaartermijn was overschreden en het aanslagbiljet bevatte wel degelijk informatie over de bezwaarmogelijkheid en termijn. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.